Halaman ini telah diuji baca
REGLEMENT B — RECHTENORD.
De eerstaanwezend ambtenaar is bevoegd den termijn te verlengen.
Goederen, die niet tijdig zijn weggevoerd, worden als onbeheerd beschouwd.
Voor plaatsen waar, in verband met de instelling eener bedrijfshaven als bedoeld in artikel 1 van het besluit van 17 Augustus 1924 No. 6 (Staatsblad No. 378), het „Algemeen Opslagreglement bedrijfshavens“ van kracht is, gelden, instede van de voorgaande bepalingen van dit artikel, de artikelen 6a, 6b en 6c.
Art. 6a. De goederen moeten door de belanghebbenden binnen acht dagen worden weggevoerd uit de opslaglokalen en van de opslag terreinen.
Vooraf moet van de goederen de noodige aangifte ten invoer zijn gedaan.
De eerstaanwezend ambtenaar is bevoegd den termijn te verlengen.
Goederen, die niet tijdig zijn weggevoerd, worden als onbeheerd beschouwd.
Art. 6b. Niet over zee aangevoerde, uit het vrije verkeer afkomstige goederen worden in de lokalen en op de terreinen, bedoeld bij artikel 5b niet toegelaten, tenzij die goederen bestemd zijn om op den voet van Hoofdstuk III te worden ingeladen.
Laatstbedoelde goederen mogen evenwel niet met goederen, opge slagen volgens artikel 5b, in dezelfde lokalen of op dezelfde terreinen worden neergelegd, tenzij eene voldoende afscheiding tusschen beide soorten van goederen wordt aangebracht.
Art. 6c. De eerstaanwezend ambtenaar is bevoegd om de in een opslaglokaal of op een opslagterrein opgeslagen goederen op te nemen en desvereischt te onderzoeken.
De maatschappijen of personen, die zich met den opslag of het beheer der goederen belasten, zijn verplicht om bij deze opnemingen de goederen of de colli op aanvraag der ambtenaren aan te wijzen.
Zij zijn voorts gehouden om bij het verrichten van die opnemingen het vereischte werkvolk te verschaffen, ten einde de colli zoo noodig te verplaatsen. Blijven zij, na daartoe door den eerstaanwezend amb tenaar te zijn uitgenoodigd, in gebreke om hieraan te voldoen, dan wordt daarin te hunnen koste voorzien.
Art. 6d. (Dir. dg. Stbl . 1936/702). De directecr van Financiën kan plaatsen aanwijzen waar, in afwijking van het tweede lid van de artikelen 6 en 6a, de aangifte, vereischt om geloste goederen weg te voeren,
786