DEVIEZEN-ORDONNANTIE 1940. (3) Het artikel is ook van toepassing op feiten buiten Indonesië gepleegd. Art. 21. (1) Indien een feit, strafbaar gesteld in art. 19, art. 20 of art. 23, wordt begaan door een rechtspersoon, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de in Indonesië gevestigde leden van het bestuur of, bij ontstentenis van die leden, tegen de vertegen woordigers van den rechtspersoon in Indonesië. (2) Het bepaalde in het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van een rechtspersoon , optredende als bestuurder of verte genwoordiger van een anderen rechtspersoon. Art. 22. ( 1 ) De leden van het bestuur van een rechtspersoon en de vertegenwoordigers van den rechtspersoon in Indonesië zijn verplicht de bevelen te geven, de maatregelen te nemen, de middelen te verschaffen of het toezicht te houden, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden geëischt ter voorkoming van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 19, 20 en 23. (2) Niet-nakoming van deze verplichting wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden . (3) Het in het tweede lid van dit art. bedoelde strafbare feit wordt beschouwd als overtreding. (4) Het artikel is ook van toepassing op feiten buiten Indonesië gepleegd. Art. 23. ( 1 ) Hij , die niet of niet ten volle voldoet aan een door het Deviezeninstituut aan hem gestelden eisch als bedoeld bij art. 16, eerste lid, dan wel aan een verplichting als bedoeld bij art. 16, derde lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar en vier maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden. (2) De in lid 1 bedoelde strafbare feiten worden beschouwd als misdrijven. Art. 24. ( 1 ) Allen , die uit hoofde van hun ambt of beroep betrok ken zijn bij de uitvoering van bij of krachtens deze ordonnantie gegeven voorschriften, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen zij in hun hoedanigheid vernemen , voor zoover zij niet uit hoofde van dat ambt of beroep tot mededeeling daarvan zijn gehouden . (2) Deze verplichting geldt mede voor deskundigen , die in verband met de uitvoering van bij of krachtens deze ordonnantie gegeven voor schriften geraadpleegd of met eenige werkzaamheid belast worden . (3) Hij , die opzettelijk de verplichting tot geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden .
718
718
718